|
Op 5 januari 1955 ben ik geboren in Haarlem. Ik was het derde kind in het gezin. |
Dus ik had meteen al een broer en een zus. |
|
|
Later werden er nog vijf kinderen geboren. Dus we hadden een rits kinderen bijna net zo lang als dit rijtje. |
|
Tot mijn tiende jaar woonden we boven mijn opa en oma aan de Wagenweg in Haarlem. In die tijd kwam de melkboer nog met paard en wagen langs de deur. Vaak gingen we met opa naar de Haarlemmerhout, een park aan de overkant van de straat. Ondertussen repareerde oma van alles wat kapot was. Van een losse schoenzool tot een verbogen spaak. En opa en oma hadden een televisie! Dat was heel bijzonder. Op woensdagmiddag verzamelden de kinderen uit de buurt zich bij oma voor de tv om naar Pipo de clown en Swiebertje te kijken. |
|
Ik ging naar de kleuterschool bij de nonnen. Dat was niet zo leuk. De nonnen droegen strakke kappen om hun hoofd en zagen er erg streng uit. Meteen als je binnen kwam moest je sloffen over je schoenen aan trekken en je mocht helemaal niets. Gelukkig kwam ik op de lagere school bij een hele lieve juf in de klas. Van haar heb ik leren lezen en schrijven. En daar ben ik nog steeds blij om! |
|
|
Jarenlang gingen we op vakantie naar Vlieland. Midden op de waddenzee moest je van de ene boot op de andere overstappen. Met storm was dat doodeng! Op Vlieland was het prachtig. Nog steeds ben ik dol op het ruisen van de wind door dennenbomen en stille stranden. Als kind was ik het liefst buiten. Lekker verstoppertje spelen, tikkertje doen of slootje springen. Met slecht weer werd er geknutseld, gekleid of gepunnikt. Mijn moeder wist altijd wel wat te verzinnen. |
| In het weekend zwierven we urenlang achter mijn vader aan door de duinen. Altijd ging het tussen bramenstruiken en stekelbosjes door want paadjes, nee, daar hield mijn pa niet van. Wij kinderen kropen en slopen, klommen in bomen en tijgerden op onze buik door het zand. We waren indianen, cowboys of soldaten en op onze hoede voor de vijand die vast wel ergens op de loer lag. Mijn haar droeg ik altijd in staartjes. Gewoon samengebonden met elastiekjes want strikken, nee, dat was niets voor mij. |
|
|
Ik las graag en veel. De stripverhalen van Kuifje, de boeken van de Kameleon, Pinkeltje, Pietje Bell, Arendsoog, Karel May, Kruimeltje, Professor Zegellak, Aafkes tiental, Wiplala, Alleen op de Wereld en nog veel meer. Stapels boeken haalde ik uit de bibliotheek.
|
|
Stapels boeken haalde ik uit de bibliotheek. Maar het mooiste boek vond ik De Kinderkaravaan van An Rutgers van der Loeff.
|
|
Na de lagere school ging ik naar de middelbare school in Haarlem. Ik zat op een soort Havo maar dan alleen voor meisjes. Ik deed aan hockey , tennis, reed op mijn brommertje en kreeg mijn eerste zoen. Bleehh! |
|
|
Na mijn eindexamen ging ik naar de opleiding voor fysiotherapie.
Als fysiotherapeute heb ik eerst een paar jaar in Nederland gewerkt. Daarna ben ik voor vijf jaar naar Zwitserland vertrokken. Ik werkte in ziekenhuizen in Zug, Bern en Wattenwil.
|
|
In mijn vrije tijd ging ik skiën, fietsen, bergwandelingen maken en ook daar zat ik op hockey. Dat hockey was wel raar. Sommige velden lagen op de berghelling. Dan speelde je de ene helft tegen de berg op en de andere helft ging het snoeihard naar beneden. Je kreeg er wel een goede conditie van!
|
|
|
Pas toen ik weer terug was in Nederland ben ik begonnen met schrijven. Eerst een sprookje voor een nichtje en een paar jaar later mijn eerste boekje 'Opa's eiland'. Dat verhaal schreef ik voor mijn dochter Charlotte toen ze vier jaar was. Ze wilde een boek hebben over piraten en zelf wilde ze ook als piraat in het verhaal meedoen. Zo'n boek bestond natuurlijk niet. Ik beloofde haar het te gaan schrijven. Dat viel tegen! Ik heb over dat dunne boekje meer dan een jaar gedaan. De striptekenaar Bert van der Mey heeft er prachtige illustraties bij gemaakt. |
| Het boekje is nooit in de boekhandel verschenen. Wel ben ik door gegaan met schrijven. Twee jaar later lag mijn eerste 'echte boek' in de winkel met de titel 'Prinssenthee'. |
|
|
Mijn dochter en zoon zijn inmiddels groot en lezen nu hele andere verhalen. Toch schrijf ik nog steeds voor kinderen want dat vind ik erg leuk om te doen. Vooral met Pareltje, het roversmeisje uit mijn nieuwste boeken, heb ik veel pret. Wil je nog meer over mij weten? Misschien wil je school, bibliotheek of boekhandel mij wel uitnodigen voor een bezoek. Dat kan via de stichting SSS |